Zorg ervoor dat je veel ervaring hebt opgedaan en minstens
40 km per week getraind hebt. Verdeel de kilometers over drie
tot vier trainingen per week. Neem rond 32 weken voor de echte
voorbereiding op een marathon.
Pas op dat je gewicht niet te hoog is.
Met een te hoog lichaamsgewicht wordt de druk op de
gewrichten erg hoog. Als het niet lukt het gewicht omlaag te
krijgen is een marathon mogelijk niet het juiste doel.
Train vooral rustig.
De lange langzame duurlopen spelen een sleutelrol bij het
sterk kunnen lopen van een marathon.
Loop voldoende kilometers.
Hoe meer je je optimale mogelijkheden wilt bereiken, des te
meer kilometers moeten er tijdens de trainingen gelopen worden.
Doe genoeg langzame lange duurlopen.
Sla zo mogelijk geen lange langzame duurlopen over.
Loop ook de trainingen op asfalt.
Om de druk op de gewrichten goed te kunnen weerstaan is het
trainen op vergelijkbare ondergrond als bij de marathon
belangrijk
Loop tijdens de opbouw niet teveel snelle trimlopen.
Om de opbouw niet te verstoren is het belangrijk geen
verzurende trimlopen te doen.
Neem voldoende rust in de laatste week.
Probeer niet in de laatste week nog extra te trainen om
'sterker' te worden. Het heeft een negatief effect.
Test je loopschoenen en kleding tijdens een halve marathon.
Tijdens een langere, in marathontempo, gelopen duurloop kun
je vaststellen of je schoenen geen problemen veroorzaken en je
kleding nergens schuurt.
Start tijdens de marathon niet te snel.
Houd je kilometertijden in de gaten, want een te snelle
start zal je zeker opbreken.
Pas je mogelijkheden aan de weersomstandigheden aan.
Met koud of warm weer is het altijd moeilijker je normale
tempo te kunnen lopen
Neem voldoende eten en drinken.
Voor het optimaal kunnen lopen is een goede toevoeging van
koolhydraten en water in de juiste verhouding noodzakelijk.