Door regelmatig te trainen vinden de volgende veranderingen in het lichaam plaats:
Een training moet specifiek zijn. Datgene wat in de spieren verstoord wordt
door de training zal daarna verbeterd worden.
Bij alleen kort en internsief trainen worden de kortere duurprestaties verbeterd.
Het uithoudingsvermogen is bij een langere wedstrijd dan niet voldoende.
Bij alleen veel lange rustige duurtrainingen kom je uiteindelijk snelheid te
kort. Veel variatie is noodzakelijk om alle eigenschappen te trainen.
Het lichaam moet goed de tijd krijgen om zich aan te passen, dus geen snelle
veranderingen in de training.
Bij het trainen voor de lange afstand (marathon) is het belangrijk de lactaatconcentratie
niet boven de 2 mmol/l te laten oplopen.
De koolhydraatvoorraad wordt daarmee gespaard.
Voor de duurloper liggen de lactaatconcentraties tijdens de trainingen tussen
de 2 en 4 mmol/l.
Een concentratie van 4 mmol/l verbruikt zoveel koolhydraten dat de prestatie
hoogstens een uur volgehouden kan worden.
Bij deze grens ligt het omslagpunt van de hartfrequentie.
Boven deze grens trainen heeft voor de duurloper een negatief effect.